Print

De toekomst van aardgas ligt in hernieuwbare energie

2015-06-19

De toekomst van aardgas is niet vanzelfsprekend meer. Wil aardgas een rol van betekenis spelen in de energietransitie, dan zal het een coalitie moeten sluiten met hernieuwbare energiebronnen. Dat is een van de verrassende uitkomsten van EDGaR. 

Luc Rabou aan het werk bij ECN te Petten (foto: EDGaR/Jan Buwalda). Luc Rabou aan het werk bij ECN te Petten (foto: EDGaR/Jan Buwalda).

Niets zo vanzelfsprekend als aardgas. Huishoudens weten niet beter of het gasfornuis doet het altijd, de CV-ketel slaat altijd aan. En gas is nog voor lange tijd in de Nederlandse bodem aanwezig. Dus waarom was het ambitieuze onderzoeksprogramma Energy Delta Gas Research (EDGaR) naar de rol van aardgas in de toekomst eigenlijk nodig? 

“Aardgas staat er momenteel niet goed voor”, constateert Catrinus Jepma, hoogleraar Energie en Duurzaamheid aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en voorzitter van de programmaraad van EDGaR die voor alle onderzoeksprojecten verantwoordelijk was. “Binnen Europa heb je een wat schizofrene situatie. Renewables zijn klein maar sterk groeiende. Aardgas is op zijn retour als energiebron voor woningen, en breekt nog niet erg door in de mobiliteit. En je ziet dat aardgas bij de omzetting naar stroom het heel duidelijk verliest van kolen en renewables, dus eigenlijk een beetje gemangeld wordt.”

“Stilstand is achteruitgang”

Aardgas was de afgelopen 50 jaar een van de meest vanzelfsprekende energiebronnen in Nederland. Maar die positie is de laatste tien jaar behoorlijk aan het schuiven gegaan. Onder invloed van de opkomst van nieuwe energiebronnen als zon, wind, of groen gas bijvoorbeeld, maar ook geopolitieke ontwikkelingen of het groeiende besef dat de Groningse gasvelden eindig zijn.

Dat de gassector op die veranderingen moet inspelen is evident, legt Ulco Vermeulen uit. Hij is directeur Business Development bij Gasunie en zat in de Raad van Bestuur van EDGaR. “Stilstand is achteruitgang. Heel veel mensen dachten: aardgas is heel vanzelfsprekend. Maar aardgas gaat een heel andere rol krijgen in de energietransitie. Als je ervan overtuigd bent dat de rol van aardgas anders wordt, en je wilt de samenleving en de sector daarin mee krijgen, dan zul je een inspanning moeten leveren om dat te laten zien. Dat hebben we met EDGaR willen doen.”

Had aardgas dan een herbevestiging nodig? Je zou het denken: het steekt de gassector bijvoorbeeld dat aardgas er in het Energieakkoord van de overheid nogal bekaaid afkomt, vergeleken met de aandacht voor hernieuwbare energiebronnen. Jepma: “Als je puur calorisch kijkt welk gedeelte van het totale energieverbuik van Nederland op gas gebaseerd is en hoe belangrijk die rol nog is in de totale economie en de Rijksbegroting, is het toch wel raar dat in het Energieakkoord gas meer een marginale rol speelt dan een centrale.” 

Gasresearch niet goed geborgd

Jepma was een van de drijvende krachten achter EDGaR. Zo’n jaar of tien geleden nam hij het initiatief om vanuit de RUG gas-research meer op de kaart te zetten. “Gas-research is niet goed geborgd in Nederland”, zegt Jepma. “Er is eigenlijk een tegenstelling tussen de organisatiegraad en omvang van de gas-research aan de ene kant, en de betekenis die gas speelt in onze nationale economie aan de andere kant, en ook toch de reputatie die Nederland als gasland heeft in Europa en daarbuiten. Die zorg leefde in de gasindustrie. De RUG had ambities om op het gebied van energieresearch een grotere rol te spelen. Wetenschap en gassector hebben elkaar gevonden, en dat heeft geresulteerd in het EDGaR-programma.”

Die academische wereld is hard nodig in de maatschappelijke discussie over de toekomstige rol van aardgas die nu speelt, stelt Anton Broenink, hoofd Operations bij Gasterra en net als Vermeulen lid van de Raad van Bestuur van EDGaR. Anders dreigt een ‘Wij van aardgas adviseren aardgas-gehalte te ontstaan.’ Broenink: “Natuurlijk zitten wij er met een belang, dat zal ik niet ontkennen. Daarom moet je ook kennis ontwikkelen in de academische wereld. Als je goed wilt deelnemen aan de discussie, dan moet die informatie uit neutrale en betrouwbare bronnen komen.”

Catrinus Jepma, wetenschappelijk directeur, in Amsterdam op 18 Mart 2015 (foto: EDGaR/Jan Buwalda). Catrinus Jepma, wetenschappelijk directeur, in Amsterdam op 18 Mart 2015 (foto: EDGaR/Jan Buwalda).

Nieuwe inzichten

Drie grote onderzoeksthema’s bestreek EDGaR: van mono- naar multigas; energiesystemen van de toekoms; en veranderende gasmarkten. In elk van de drie gebieden bogen onderzoeksteams van verschillende researchinstellingen zich over onderzoeksprojecten, dertig in totaal. 

Wat hebben die onderzoeken aan nieuwe inzichten opgeleverd? Op technisch gebied is veel nieuwe informatie gevonden die nodig is om het gassysteem toekomst-proof te maken. Zo is nu bijvoorbeeld duidelijk onder welke condities nieuwe aardgasvormen – LNG, groen gas, waterstof – in het gasnet ingevoerd kunnen worden zonder dat dit leidt tot beschadiging van pijpleidingen of uitval van apparatuur (CV-ketels, bijvoorbeeld). Enkele onderzoeksresultaten hebben zelfs geleid tot patentaanvragen op nieuwe technologieën.

Veel kennis was vóór EDGaR niet aanwezig, maar wel van wezenlijk belang, stelt Jepma. “Wil je aardgas de komende 30 jaar in de energietransitie een rol geven, dan moet je die vragen beantwoorden, anders stagneert het hele systeem. Dan zegt de wetgever: als we niet zeker weten of nieuwe gassoorten schadelijk zijn voor leidingen en apparaten, kunnen we geen nieuwe regelgeving maken. Of dan durven investeerders in gasinfrastructuur geen miljardeninversteringen te doen. Uiteindelijk gaat hem om waarden, getallen. Op het moment dat wetgever en sector voor grote beslissingen staan, moeten ze geïnformeerd zijn.”

Samenwerking met hernieuwbaar

Nog een uitkomst: de gassector ziet in dat een rol spelen in de energietransitie ook betekent, samenwerking met andere energiesectoren zoals wind, zon en warmte. “De grote verdienste van EDGaR is dat we nu over de integratie van energiesystemen praten”, benadrukt Broenink. “Ga eens 50 jaar terug: Ik hielp mijn moeder nog met het sjouwen van de kolenkit. Daarna kwam gas. Had je toen gezegd: Kan het gasnet ook andere soorten gas accomoderen, dan hadden ze je in de gassector heel vreemd aangekeken. Dit zijn hele nieuwe concepten, die nu wel kunnen besproken kunnen worden. Dat is een enorme verandering in denken.”

Die omslag in denken is nodig, omdat de hernieuwbare-energiesector de natuurlijke partner van de gassector is, zegt Jepma. “Windenergie is met name in onze hoek erg onvoorspelbaar, die heeft gewoon een backup nodig. Daar is aardgas eigenlijk de enige logische vorm. EDGaR heeft de gassector alvast kunnen laten wennen aan het idee: u zult zelf een coalitie moeten sluiten met hernieuwbare energie, want dat is jullie natuurlijke partner. Die boodschap is wel opgepikt.”

Dat EDGaR nu is afgerond wil niet zeggen dat alle vragen beantwoord zijn. Vermeulen van Gasunie had graag scherpere conclusies gezien in onderzoekscluster twee: Energiesystemen van de toekomst. “Als ik heel veel windenergie offshore maak, wat is dan de beste manier om die energie naar de markt te brengen? In welke vorm? Als elektriciteit, of als waterstof? Over dit soort vraagstukken hebben we nu een begin van inzicht. Ook op het vlak van regelgeving en fiscaliteit is nog veel onduidelijk.”

Broenink van Gasterra heeft nog vragen over de gasmarkt van de toekomst: ‘Gasterra werkte traditioneel in twee vormen van handel. Gedurende 40 jaar was dat een gereguleerde markt. Sinds 15 jaar is dat in een geliberaliseerde markt. EDGaR is goed geweest om te kijken naar invoeding van nieuwe gassoorten in het gasnet en de rol van energiebedrijven daarin. De vraag is echter: Wat is daar het beste marktmodel voor?”

De toekomst van aardgas

Een EDGaR deel 2 komt er niet, zegt Jepma. “We hebben €22 miljoen uit nationale en Europese publieke middelen gekregen, maar dat was eenmalig.” De Haagse middelen voor dit soort onderzoek gaan nu naar het topsectorenbeleid, de TKI’s. De TKI gas heeft acht zogeheten ‘icoonprojecten’ voor toekomstig gas-research gedefinieerd die een brug slaan naar hernieuwbare energiebronnen. Dat kan gaan over biomassavergisting, kleinschalige toepassingen van LNG of omzetting van windenergie naar waterstof (power-to-gas).  Jepma: “Gas-research zou rond die iconen moeten worden gedrapeerd. Ook wat betreft de branding van gas richting het grote publiek, in de vorm van zichtbare demonstratieprojecten. Want die branding kan wat ons betreft nog wel een onsje beter.”

Daarnaast krijgt EDGaR een vervolg binnen een nieuw samenwerkingsverband dat op 2 juni 2015 is gesloten tussen zes Europese onderzoeksorganisaties: de European Research Institute for Gas and Energy Innovation (ERIG).

Heeft aardgas na EDGaR nog een mooie toekomst voor zich? Jepma is genuanceerd: “Ik denk dat de trend in Europa – meer renewables, minder gas – moeilijk valt te stoppen. Het grote vraagstuk zal zijn hoe het onvoorspelbare karakter van hernieuwbare bronnen valt op te lossen. De grote strijd zal gaan om welke opslagvorm van energie daar het beste voor is: aardgas via omzetting van stroom in waterstof, dus power-to-gas?  Of andere opslagvormen? Ik geloof in het eerste, namelijk dat het over een jaar of tien volkomen normaal is dat zonne- en windenergie wordt omgezet in waterstof. De toekomst voor aardgas zie ik zo: de komende 30 tot 40 jaar zal er een sterke coalitie ontstaan met hernieuwbare energie.”

Door Door Karel Beckman, Pelle Matla, Hendrik Steringa