Print

Publieke acceptatie van waterstof

2014-07-15

Er bestaat een alternatief voor de technocratische aanpak van publieke acceptatie van nieuwe technologieën.

Als energiedrager heeft waterstof meerdere toepassingen in energieopslag, -transport en –huishouden. Als energiedrager heeft waterstof meerdere toepassingen in energieopslag, -transport en –huishouden.

Technologieontwikkelaars en beleidsmakers worden vroeg of laat geconfronteerd met de acceptatie van waterstof als nieuwe technologie. Tot op heden vertrouwden zij op een technocratische aanpak. Ze geven informatie over de milieu- en veiligheidsaspecten van de technologie, hopende dat een geïnformeerd publiek het eerder zal accepteren. Ze voeren als het ware een PR-campagne.

Is het mogelijk om dit anders aan te pakken? ‘Ja,’ stelde Olga di Ruggero –onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft – in haar studie ‘Anticipating public acceptance: the hydrogen case’ (binnen het project ‘The Next Fifty Years’). Ze wil daarmee “de professionals die het publiek nog steeds als ‘zij die niets weten’ of ‘die enkel om veiligheid en milieu geven’” aanspreken. Het publiek kan juist worden betrokken bij het innovatieproces van waterstoftechnologieën. 

Verschil in opvatting over waterstof

Er zijn veel onzekerheden over hoe waterstof zich als energiedrager zal ontwikkelen in de toekomst. We weten dat waterstof geproduceerd kan worden door elektrolyse. Het kan worden opgeslagen en getransporteerd, maar ook kan het dienst doen als brandstof. Specialisten voorzien toekomstige toepassingen in power-to-gas, maritiem en automobiel transport en huishoudelijke voorzieningen.

Met het verstrijken van de tijd zullen deze waterstoftechnologieën heel gewoon worden. “Dus, gaan mensen waterstof accepteren of niet?” schrijft doctor Di Ruggero. “Deze vraag is, naar mijn idee, symbolisch voor een zeker idee van publieke acceptatie waarvan ik beargumenteer dat deze technocratisch en mogelijk contraproductief is.” Ze heeft de ambitie deze kijk op publieke acceptatie te overwinnen.

Di Ruggero wil uitleggen “hoe ondeskundige burgers hun voorkeur ‘framen’ ten opzichte van waterstof in de bredere context van de energiekwestie.” Met ‘frames’ bedoelt ze de overtuigingen die aannames, waarden en een wereldvisie omsluiten. Mensen selecteren informatie en construeren een frame dat een reeks van mogelijke technologische problemen en oplossingen met zich meebrengt die ten grondslag liggen aan hun gedrag en keuzes.

Milieu en prometheïsme

Frames over waterstoftechnologie kunnen volgens Di Ruggero ondergebracht worden in prometheïsche en milieucategorieën. “De milieuframes beslaan verschillende gradaties van ideeën over het groene milieu, waardoor het gepaster wordt om over de ‘milieutheorie’ te spreken,” schrijft ze. Ze heeft brede variaties geobserveerd die verschillen van “diep groene frames (zoals de ecotopiër) tot de mild-liberale milieutheorie of de door autoriteiten opgelegde milieutheorie.”

Zoals verwacht verschillen de prometheïsche van de mileuframes, omdat ze positiever zijn over de waterstoftheorie. “De prometheïsche frames worden gekarakteriseerd door de minimalisatie van de milieukwesties, de antropocentrische visies op de natuur, de belangrijkste instituties,” schrijft ze.

De voorstanders van waterstoftechnologie vinden mogelijk medestanders onder de mensen van wie het frame een variant is van de prometheïsche categorie. “De verscheidenheid in frames, vooral de prometheïsche, ontkrachten namelijk het idee van een verenigd risico-ongunstig publiek en het beeld van het publiek als ‘een barrière die overwonnen moet worden’,” merkt ze op. Sommige bezitters van het prometheïsche frame hebben inderdaad een milieutheoretisch of technocratisch wereldbeeld.

Minipubliek

Niet-overheidsinstanties en consumentenorganisaties pretenderen een zogenoemd “publiek belang” te vertegenwoordigen. Doctor di Ruggero vindt dat er een diversiteit is aan frames over waterstoftechnologie, zowel over hoe het ingezet moet worden voor dagelijks gebruik, als over hoe het gerealiseerd moet worden als infrastructuur. Ze stelt voor het publiek te betrekken in het besluitvormingsproces en in het ontwerp van nieuwe op waterstof gebaseerde technologieën.

Minipublieken zijn “kleine groepen van ondeskundige burgers die het gevarieerde publiek vertegenwoordigen,” schrijft ze. Ze zijn zo samengesteld dat ze een diversiteit aan frames representeren, in tegenstelling tot de klassieke methode gebaseerd op sociodemografische representativiteit. Met deze methode kunnen beleidsmakers en ingenieurs de waarden en voorkeuren van het publiek vastleggen en ze opnemen in het nieuwe beleid en toekomstige technologieën.

By Jean-François Auger

Vertaling: Albertha Bloemhoff